Boeddhisme en mijn werk

Als levende wezens worden we geraakt en ontkomen we niet aan pijn. Onze geboorte komt samen met het besef van ons sterven, het donkere bestaat niet zonder het licht. Ik zie het als een taak om deze tegenstrijdigheden in ons menszijn te leren verdragen en dragen. Er niet van wegbewegen, maar er met volle aandacht naar kijken, maakt me vrij.

Door mijn boeddhistische beoefening leerde ik dat emoties niet mijn identiteit bepalen. Verdriet en vreugde zijn golven die komen en gaan, maar ik kies ervoor om me te richten op het positieve, compassie voor mezelf te ontwikkelen en nieuwsgierig te blijven naar wat ik voel. Dat is voor mij het pad van waarde: ruimte creëren voor groei, zelfbegrip en innerlijke kracht.

Ik geloof niet dat we alles alleen moeten doen. Het is de steun van gemeenschap, vrienden en de liefdevolle ander die ons helpt telkens weer op te staan en verder te groeien. Door dat inzicht zette ik de stap om zelf in therapie te gaan – omdat ik het waard was om gelukkig te zijn en mijn volledige potentieel te leven.

Het boeddhisme heeft me geleerd om aanwezig te zijn in het moment en om met compassie naar mezelf en anderen te kijken. In mijn werk als therapeute pas ik deze principes toe door een open ruimte zonder oordeel te creëren. Ik geloof dat heling niet draait om het ‘fixen’ van wat ‘kapot’ is, maar om het volledig ontmoeten van ‘wat er is’. Mijn boeddhistische beoefening helpt me om de momenten van pijn, verdriet of woede met geduld en nieuwsgierigheid te benaderen, zonder vast te houden aan hoe het zou ‘moeten zijn’.